Goed voor hart en bloedvaten?
- Veertig jaar propaganda ten spijt is nooit wetenschappelijk aangetoond dat verzadigd vet atherosclerose en hart- en vaatziekten veroorzaakt.
- Margarinefabrikant Unilever houdt ons sinds midden jaren '60 voor dat we verzadigd vet zoveel mogelijk moeten vervangen door onverzadigd vet, vooral door het cholesterolverlagende linolzuur. Hierdoor zou het risico op hart- en vaatziekten worden verminderd.
- Bij het verspreiden van deze boodschap wordt de industrie geholpen door de Nederlandse Hartstichting en het Voedingscentrum.
- Wetenschappelijk onderzoek wijst sinds midden jaren '80 uit dat de westerse bevolking juist te véél linolzuur binnenkrijgt en dat dit leidt tot een cascade van ongunstige fysiologische reacties. Daardoor ontstaat ondermeer een verhoogd risico op juist hartinfarcten.
- Amerikaanse, Franse en Japanse experts waarschuwen daarom voor het gebruik van extra linolzuur. Unilever, producent van het linolzuurrijke Becel, noemt deze autoriteiten bij monde van een woordvoerder "hittepetitten". Ook de Nederlandse Hartstichting, promoter van Becelproducten, doet het onderzoek van deze experts af als "niet relevant".
- Linolzuur concurreert in het lichaam met een ander vetzuur: alfalinoleenzuur. Van alfalinoleenzuur is onomstotelijk aangetoond dat het fatale hartinfarcten voorkomt. De meeste mensen krijgen te weinig alfalinoleenzuur. Door veel linolzuur te consumeren, wordt hun relatieve gebrek aan alfalinoleenzuur nog groter.
- Unilever lijkt een Nederlandse studie naar het beschermende effect van alfalinoleenzuur te hebben gemanipuleerd. Het bedrijf weigerde Groningse onderzoekers een margarine met weinig linolzuur te verschaffen. Op die manier bleef het schadelijke effect van extra linolzuur, dat in buitenlandse studies reeds was aangetoond, onder de radar.
Gezondheidsautoriteiten en media roepen al veertig jaar in koor dat verzadigd vet gevaarlijk is. Het zou dik maken en onze bloedvaten verstoppen. Zelfs wij nuchtere Hollanders hebben ons gek laten maken. De consumptie van voortreffelijke polderwaren als volle melk en roomboter is sinds de jaren '60 meer dan gedecimeerd. En dat is wrang. Want het ziet er steeds meer naar uit dat de anti-vet boodschap op een dwaling berust. Alle pertinente adviezen ten spijt, bestaat er onder wetenschappers absoluut geen eenduidigheid over de invloed van verzadigd vet op het ontstaan van hart- en vaatziekten en overgewicht. Sterker nog, het de hemel in geprezen linolzuur ["goed voor hart en bloedvaten"] zou wel eens een wolf in schaapskleren kunnen zijn.
Tijdens een vakantie in Italië begin jaren '50 had Ancel Keys, een jonge epidemioloog uit de Verenigde Staten, een AH-erlebnis. De huisarts van het dorp waar hij verbleef, vertelde hem dat hij in zijn loopbaan slechts enkele malen een patiënt met een hartinfarct had gezien. In het Amerika van die dagen was dat ziektebeeld een plaag aan het worden. Het lokale dieet in Keys' vakantiedorp bevatte weinig dierlijk vet en de epidemioloog had zijn "eureka". Verzadigd vet veroorzaakt hartinfarcten. Keys was wetenschapper genoeg om op te merken dat de inwoners van dorpen wat meer landinwaarts zich tegoed deden aan vette salami en mozzarella en óók nauwelijks hartproblemen kenden, maar hij was te zeer gegrepen door zijn idee om daar consequenties aan te verbinden. Hij zette een reusachtig onderzoek op. In zeven landen zette hij de consumptie van verzadigd vet af tegen het aantal hartaanvallen. En jawel. Zes van die zeven landen lieten een zwak positief verband zien. Het bewijs was geleverd. Tot op de dag van vandaag is de "Zeven Landen Studie" de belangrijkste pijler voor de magere voedingsadviezen van instanties als het Voedingscentrum.
"Keys vertelde er niet bij dat hij die zeven landen zorgvuldig had geselecteerd," zegt Dr. Uffe Ravnskov, nierspecialist en biochemicus in het Zweedse Lund. Ravnskov is auteur van het boek "The Cholesterol Myths", een stevig onderbouwde en ontluisterende analyse van het wetenschappelijke dogma dat verzadigd vet en cholesterol hart- en vaatziekten veroorzaken. Die theorie luidt als volgt: verzadigd vet verhoogt het cholesterol. Een verhoogd cholesterol is een risicofactor voor hart en vaatziekten. Verzadigd vet veroorzaakt dus hart- en vaatziekten. Onlangs kreeg Ravnskov voor zijn werk de prestigieuze Skrabanekprijs van Trinity College in Dublin. "Toen Keys zijn ingeving kreeg, waren er al 22 landen op precies dezelfde manier onderzocht. In 16 van de 22 landen vonden de onderzoekers geen of zelfs een sterk omgekeerd verband. De Zwitsers zagen hun alsmaar toenemende gebruik van dierlijk vet bijvoorbeeld gepaard gaan met een scherpe afname van het aantal hartinfarcten. Iets dergelijks zie je op het moment in de mediterrane landen en Japan. "Ondanks" de fors toenemende rol van dierlijk vet in hun cuisine is het met de gezondheid van hun hart momenteel nóg beter gesteld dan veertig jaar geleden. Een opmerkelijke studie die afgelopen mei verscheen, suggereert dat verzadigd vet krachtige bescherming biedt tegen cardiovasculaire aandoeningen. Van Okinawa, de Japanse eilandengroep met het hoogste percentage 100-jarigen ter wereld, wordt vaak beweerd dat het een magere keuken heeft, maar kijk voor de grap eens in hun kookboeken. De mensen die nu kerngezond stokoud zijn, aten dagelijks varkensvlees en kookten met reuzel."
Keys meldde ook niet dat hij in twee vlak bij elkaar gelegen provincies in Finland, waar exact dezelfde, grote hoeveelheden spek en vette worst werden gegeten, enorme verschillen in het aantal hartproblemen waarnam. Mensen in de ene provincie kregen de meeste hartinfarcten van de wereld, mensen honderd kilometer verderop waren qua hartconditie te vergelijken met Japanners. Ravnskov: "Hij wist zich geen raad met die tegenstrijdige data en negeerde ze. Daarmee liet hij een gouden kans liggen. Waarom ging hij niet op zoek naar het waarom van dat verschil?"
Keys startte met zijn al of niet bewuste slordigheid een merkwaardige trend. In de stroom publicaties die nadien op gang kwam, komen nogal wat "onregelmatigheden" voor. Een raar voorbeeld is de Framingham Heart Study, een onderzoek dat al veertig jaar loopt onder inwoners van een voorstad van Boston. In de samenvatting van een deelstudie meldden de auteurs dat iedere procent verhoging van het cholesterolgehalte gepaard ging met een twee procent verhoging van het risico op een hartinfarct. Alle officiële adviezen, ook die van onze Hartstichting, stoelen daarop en de waarneming is in duizenden publicaties geciteerd.
Diep verscholen in de eigenlijke studie, die volgens Ravnskov door niemand wordt gelezen, staat echter iets heel anders: "Elke daling van het cholesterolgehalte met 1 mg per deciliter bloed ging gepaard met een 11 procent hoger risico op een dodelijk hartinfarct". Ravnskov legt de zere vinger op een aantal van dit soort cruciale "verschrijvingen" en stelt dat mede daardoor een vals beeld is geschapen. De Zweed wijst er ook op dat de grote medische tijdschriften een halve eeuw lang vrijwel uitsluitend studies hebben gepubliceerd die de "vet is gevaarlijk" gedachte ondersteunen. "Er is minstens zo veel degelijk materiaal dat de theorie onderuit haalt, maar dat ligt ongezien in de bibliotheek."
Verzadigd vet verhoogt toch het cholesterol? "Als je meer eet dan je verbruikt," nuanceert Dr Ravnskov. "En dan nog: so what? Cholesterol is een vitale stof, het heeft zelfs antioxydatieve eigenschappen, die het lichaam tegen van alles en nog wat beschermt. De lever maakt zelf dagelijks de hoeveelheid cholesterol aan die in een pak eieren zit. Het orgaan reguleert heel nauwkeurig hoeveel er in het bloed circuleert, daarom is het zo moeilijk om het met de voeding te beinvloeden. Als het sterk stijgt, is dat een teken dat het lichaam zich tegen iets probeert te wapenen. Zo is goed beschreven hoe "hoge" cholesterolspiegels oudere mensen beschermen tegen infecties. Het omlaag brengen ervan kun je vergelijken met het gevangen nemen van brandweerlieden, met als argument dat brandweerlieden altijd worden gesignaleerd waar brand is." Het risico tussen een verhoogde cholesterolspiegel en het ontwikkelen van hartkwalen is volgens hem allerminst vanzelfsprekend. "De patholoog Kurt Landé en de biochemicus Warren Sperry onderzochten in 1936 een paar honderd overledenen en vergeleken het cholesterolgehalte in het bloed met de mate van slagaderverkalking. Hun grafiek had veel weg van een Turkse sterrenhemel. Mensen met hoge cholesterolspiegels hadden schone vaten, mensen met heel lage spiegels waren hartstikke verstopt en alles daartussenin..., geen enkel verband."
"Dergelijk onderzoek is vaak herhaald, telkens met hetzelfde resultaat. Cardiologen zien dat trouwens dagelijks in hun praktijk. Meer dan de helft van de mensen die een hartaanval krijgen, heeft een normaal of laag cholesterol. In Rusland en de Baltische staten geldt een laag cholesterol zelfs als forse risicofactor voor een hartinfarct." Vorig jaar liet de LiviCordia studie zien dat mannen in Litouwen, die een tamelijk laag cholesterol hebben, vijf keer zo veel hartinfarcten krijgen als Zweedse mannen, wier bloed beduidend meer cholesterol bevat. "Het enige wapen dat de anti-vetlobby momenteel nog heeft, zijn de onderzoeken naar het effect van de cholesterolverlagende statines," zegt Ravnskov. "Die blijken het aantal hartinfarcten inderdaad te verminderen. Maar ze doen dat onafhankelijk van hun cholesterolverlagende effect. Zelfs mensen met extreem lage cholesterolspiegels profiteren ervan."
Ravnskov is geen verdwaalde eenling. Vier jaar geleden rapporteerde het Europese cardiologenvakblad: "Uit analyse van alle grote studies moet de conclusie worden getrokken dat vermindering van de inname van verzadigd geen lager risico op hart- en vaatziekten geeft. De enige dieetfactor die consequent gepaard gaat met een risicoverlaging is de consumptie van groenten, fruit en omega-3 vetzuren". In de loop der jaren trokken veel wetenschappers krachtig aan de bel, maar een trein die op gang is gekomen, staat niet zomaar stil. Dr. Walter Willett, de hoogleraar humane voeding van Harvard die aan de wieg stond van de huidige "magere" maaltijdschijf, stelde zijn visie onlangs drastisch bij. Tegen het tijdschrijft Science Magazine zei hij: "Enorme machten in de samenleving, politici, gezondheidsinstanties, diëtistes, journalisten en niet te vergeten de voedingsindustrie, gaan nog dagelijks door het vuur voor een onhoudbare hypothese." Maar hoe kon die "onhoudbare hypothese" überhaupt wortelschieten?
Willett vermoedt dat zelfs wetenschappers een naïef beeld hebben van wat atherosclerose [aderverkalking] nou precies is. "Het idee dat verzadigd vet de bloedvaten verstopt en dik maakt klinkt zó logisch, dat mensen niet bereid of in staat zijn alle gegevens kritisch te bekijken. Achteraf blijkt het een te simplistische veronderstelling te zijn geweest." Dr. George Mann, een van 's werelds vooraanstaandste vetexperts, drukt zich nog scherper uit. "Wie in de jaren '70 en '80 het lef had te wijzen op het krakkemikkige wetenschappelijke fundament voor de "magere" consensus, kon naar geld voor onderzoek fluiten. Alleen de allerkoppigsten onder ons durfden openlijk kritiek te blijven leveren. Het was een situatie waarin de mannen zich van de jochies onderscheidden. Maar moed werd geenszins beloond. Ruimte om plausibeler verklaringen te onderzoeken kwam er niet. De industrie had alle fisches ingezet op cholesterolverlaging door middel van linolzuur en medicijnen. Dit is een beschamend voorbeeld van te lang volgehouden "wishful science". De vethysterie is de grootste miskleun in de geschiedenis van de medische wetenschap."
Is het hartinfarct van alle tijden? Dat is handig om te weten als je wilt bepalen of een verandering in voeding of gedrag er invloed op heeft. Eisenhowers cardioloog dr. Paul Dudley White zei in 1954 in een radio-uitzending: "Ik begon mijn praktijk in 1921 en ik had duvelsgoed geleerd hoe een hartinfarct eruit ziet. Het bestond, maar het was een zeldzaam fenomeen. Het duurde tot 1928 voor ik mijn eerste infarct zag. Vanaf 1930 begon het ziektebeeld snel gebruikelijker te worden. Collega's in Europa meldden exact hetzelfde patroon." Hij zei ook: "Ik twijfel sterk aan het nut en zelfs aan de veiligheid van al die "hartvriendelijke" margarines en olieën. Wat aten de mensen in de hartinfarctvrije dagen? Boter, reuzel, spek, eieren, alles wat de Hartstichting nu verbiedt. Van zonnebloemolie of linolzuur hadden ze nooit gehoord."
Dudley White werd haastig afgekapt. Later meldde hij daarover: "De uitzending stond in het teken van een campagne van de Amerikaanse Hartstichting en die ontving fondsen van de margarinebranche." Vijftig jaar later is de logische vraag die hij impliciet opwierp nog even relevant: veroorzaken de "hartvriendelijke" meervoudig onverzadigde vetzuren die kort vóór de epidemie van hart en vaatziekten deel gingen uitmaken van onze voeding misschien juist hartinfarcten? Dat zou zacht uitgedrukt wrang zijn, want ook wij Nederlanders zijn sinds begin jaren '60 gebombardeerd met de boodschap dat extra linolzuur absoluut noodzakelijk is. Wie herinnert zich niet de reclamespot met het knipperende voetgangerslicht en het vertrouwenwekkende "Goed voor hart en bloedvaten"?
"Ja, véél linolzuur kan hartinfarcten uitlokken," luidt het droge commentaar van dr. Mary Enig van de Universiteit van Maryland, internationaal gerespecteerd vetzuurspecialist: "Niet alleen hartinfarcten, maar tal van aandoeningen waaraan ontstekingsprocessen en afwijkingen van het immuunsysteem ten grondslag liggen, zoals reuma, astma en kanker. Linolzuur, een zogenoemd omega-6 vetzuur, is essentieel. Je hebt er dagelijks een heel klein beetje van nodig. Maar door de agressieve promotie van goedkope plantaardige vetten is het zwaar oververtegenwoordigd in onze voeding. Essentiële vetzuren zijn de voorlopers van hormoonachtige stoffen die overal in het lichaam het verkeer regelen. Een eindeloos gecompliceerd mechanisme, dat naar behoren functioneert als de vetzuursamenstelling van de voeding in balans is.
In te grote hoeveelheden blokkeert linolzuur een enzym dat een rol speelt bij de productie van die hormonale verkeersagenten. Het dwarsboomt een hele keten van mechanismen, waardoor de stollingsneiging van het bloed toeneemt en een sluimerende ontstekingstoestand kan optreden. Ontstekingsmechanismen liggen aan de basis van hart- en vaatziekten. Verder verlamt een onnatuurlijke hoeveelheid linolzuur het immuunsysteem. Zonnebloemolie is nog een poos met succes toegepast bij transplantatiepatiënten. Door het immuunsysteem te verzwakken, worden afstotingsverschijnselen onderdrukt. Helaas verhoogt het ook het risico op een aantal vormen van kanker."
Volgens de Amerikaanse arts en voedingsfysiologe dr. Artemis Simopoulos heeft het explosief toegenomen gebruik van linolzuurrijke margarines en olieën vooral de verhouding tussen de onverzadigde vetzuren in de war geschopt. "Aan het begin van de vorige eeuw kregen de meeste mensen met hun voeding ongeveer evenveel linolzuur als alfalinoleenzuur binnen," legt mevrouw Simopoulos uit. "Linolzuur is van het soort omega-6, linoleenzuur van het type omega-3. De ratio omega-6 en omega-3 was toen dus ongeveer 1 op 1. Inmiddels krijgen we zoveel extra linolzuur binnen, dat de balans volkomen zoek is. In een land als Nederland wordt zo'n twintig á dertig keer meer linolzuur dan alfa linoleenzuur geconsumeerd. Dat leidt er ondermeer toe dat het bloed eerder klontert, dat mensen dus sneller trombose of een hartinfarct krijgen. Ook kan het ons cholesterol ranzig maken. Ranzig cholesterol is veel gevaarlijker dan "schoon" cholesterol. Mijn onderzoeksgroep heeft bovendien aangetoond dat onze lichaamscellen vanaf een ratio van 4:1, dus vier keer meer linolzuur dan alfalinoleenzuur, minder gevoelig worden voor het bloedsuikerregulerende hormoon insuline. Die toestand, insulineresistentie, kan diabetes tot gevolg hebben, maar is ook op zichzelf een geduchte risicofactor voor een hartinfarct."
De Nederlandse Hartstichting, die haar enthousiasme voor linolzuurrijke margarines traditioneel niet onder stoelen of banken steekt, verwijst de argumenten van de buitenlandse experts bij monde van mevrouw Ineke van Dis naar het land der fabelen. "Kom nou even. Veertien grote studies hebben onomstotelijk aangetoond dat extra linolzuur het cholesterolgehalte verlaagt. Dus is het goed voor hart en bloedvaten." Van Dis' eerste opmerking klopt. Becelsmeerders verlagen hun cholesterol. Een beetje. Maar het effect op zogenoemde "harde eindpunten", hartinfarcten en sterfte, is niet florissant. Nogal wat grote buitenlandse studies naar het effect van cholesterolverlaging met linolzuur lieten een hogere sterfte zien. Aan kanker, maar in sommige studies ook aan hartinfarcten.
Een voorbeeld. In de omvangrijke Nurses Health Study naar de invloed van voeding op de gezondheid was de inname van vier theelepels linolzuurrijke margarine per dag gekoppeld aan een 66 procent hoger risico op een hartinfarct. Een vergelijkbaar "paradoxaal" risico werd gevonden in de WHO European Coronary Prevention Study. Mary Enig noemt ook nog de beruchte Israëlische Paradox. "Er zijn weinig landen waar meer linolzuur wordt gebruikt dan Israël en weinig landen waar hart- en vaatziekten en diabetes type II zo alomtegenwoordig zijn. Hetzelfde geldt voor bepaalde vegetarisch levende groepen in India, die pas hartproblemen ontwikkelden toen ze van geklaarde boter overschakelden op zonnebloemolie."
Ook Nederlandse wetenschappers signaleren voorzichtig dat er iets niet klopt. Dr. Janneke Brouwer, klinisch chemicus aan de universiteit van Groningen, stelde in 1999 in haar proefschrift over de "klinische chemie van aderverkalking" dat de promotie van linolzuurrijke levensmiddelen haar doel voorbij is geschoten. Net als Enig en Simopoulos wees ze erop dat andere essentiële vetzuren, vooral van de soort omega-3, in het gedrang komen. De impact van haar vaststelling bleek in datzelfde jaar tijdens de Lyon Diet Heart Study. Eén groep patiënten werd op het zogenoemde "Hartstichtingdieet" gezet, een andere groep kreeg een voeding met weinig linolzuur, minder rood vlees, veel groene bladgroenten en vis en een omega-3 rijke, op basis van raapzaadolie [enkelvoudig onverzadigd, net als olijfolie] vervaardigde margarine. De cholesterolprofielen van beide groepen bleven exact gelijk, maar al na vier maanden tekende zich een verschil af van een heel andere orde. In de groep met het "Hartstichtingdieet" begonnen zich fatale hartaanvallen voor te doen, in de linolzuurbeperkte "omega-3 groep" niet. Met elke maand die verstreek, werd het verschil in overleving groter en na twee jaar besloten de onderzoekers het experiment af te breken om ook de onfortuinlijke controlegroep van het onmiskenbare effect te laten profiteren.
Is de op koolzaadolie gebaseerde, linolzuurarme "wondermargarine" die in Lyon kennelijk levens redde in Nederland te koop? Nee. Dr. Ir. Gert Meijer van Unilevers Health Institute zegt dat er niet voldoende bewijs is dat een margarine met weinig linolzuur en relatief veel alfalinoleenzuur de gezondheid van de consument ten goede komt. "Er worden uit het Lyon Diet Heart project helaas veel conclusies getrokken van het soort "lange halen, snel thuis". Die mensen kregen niet alleen koolzaadoliemargarine, ze aten ook meer vis, minder rood vlees, meer peulvruchten, namen 's avonds een wijntje, noem maar op. Je kunt onmogelijk zeggen dat de gunstige effecten puur een gevolg waren van de margarine." De leider van de studie, dr. Michèl de Lorgeril, is het daar niet mee eens. In de conclusie van zijn studie schrijft hij dat het verschil in hartaanvallen en sterfte, gezien de identieke cholesterolniveaus in beide groepen, alleen kan worden toegeschreven aan de verbeterde balans tussen omega 6 en omega 3. "Het was de enige factor in het bloed die verschilde," aldus De Lorgeril, die vervolgens verwijst naar een dozijn kleinere studies die eenzelfde effect hebben laten zien. Meijer: "Unilever blijft er bij dat het bewijs daarvoor flinterdun is. De consensus is dat de meeste mensen nog altijd wat te weinig linolzuur binnenkrijgen. Je hebt altijd wetenschappers die van de consensus afwijken. Enig en Simopoulos zijn "believers". Als we zulke hittepetitten serieus zouden nemen, zouden we geen stap vooruit komen. Overigens hebben we de vetzuursamenstelling van onze producten wel degelijk iets aangepast. Becel pro.aktiv bevat nu bijvoorbeeld naast linolzuur ook wat alfa linoleenzuur."
Het woord is gevallen: "consensus". Meijer zegt dat alle serieuze wetenschappers vinden dat de linolzuur die zijn broodheer aan de man brengt, goed is voor hart en bloedvaten en dat iedereen er eigenlijk nog wat meer van zou moeten eten. Maar in een redactioneel commentaar in het vakblad Circulation schreef de vooraanstaande cardioloog en vetzuursprecialist dr. Alexander Leaf al in 1999: "Het is inmiddels boven iedere twijfel verheven dat zowel heiggebracht". Is deze autoriteit ook zo'n "hittepetit"? Volgens dr. Janneke Brouwer is er iets heel anders aan hand. Unilever Nederland zou liever niet hebben dat de grote voordelen van een op koolzaadolie gebaseerde, linolzuurarme margarine breed bekend worden.
Brouwer was zijdelings betrokken bij MARGARIN, een Nederlandse poging om met de in Lyon gebruikte methode de relatief hoge sterfte aan hart- en vaatziekten in Oost Groningen omlaag te krijgen. De onderzoekers vroegen om dezelfde margarine die in Lyon was gebruikt, met veel alfalinoleenzuur en slechts heel weinig linolzuur, maar Unilever weigerde dat, aldus Brouwer. Unilever wilde best een margarine leveren met extra alfalinoleenzuur, maar op voorwaarde dat het smeersel óók veel linolzuur zou bevatten. "Veel linolzuur verdringt in het lichaam alfalinoleenzuur, dus kon op basis van reeds beschikbaar onderzoek worden verwacht dat de resultaten zouden tegenvallen," zegt ze. De wetenschappers protesteerden heftig, maar stonden machteloos. En inderdaad, het MARGARIN project mat slechts een bescheiden effect. Het klinkt als een overtrokken complottheorie. Dus de mensen van MARGARIN maar eens benaderd. Dr. ir. Wanda Bemelmans, destijds onderzoeksleider van het project en tegenwoordig hoofd epidemiologie bij het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu [RIVM], ontkent het verhaal niet, maar weigert nader commentaar. Ze verwijst naar haar toenmalige mentor en mede-auteur, de inmiddels gepensioneerde Groningse huisartsenopleidster prof. dr. Betty Meyboom-De Jong. Die laat op haar beurt nogal geërgerd weten zich de details van het MARGARIN project niet meer goed te kunnen herinneren.
Een duidelijker bevestiging mag je van geïntimideerde wetenschappers niet verwachten. Waarom weigert een multinational onafhankelijke onderzoekers het instrument te leveren waar ze om vragen? Vindt Unilever het, na decennia van massieve linolzuurpromotie in Nederland, misschien pijnlijk als zou blijken dat juist met een linolzuurarme margarine een spectaculaire gezondheidswinst kan worden geboekt? Is er een economisch belang? Becel wordt gemaakt van linolzuurrijke vetbronnen als sojabonen, zonnebloempitten en maïs. Heeft het concern mogelijk nog aantrekkelijke contracten lopen met leveranciers van dergelijke spotgoedkope bulk? In dat geval zou een margarine op basis van een "nieuwe" grondstof [koolzaad is volgens cijfers van de EU duurder] vooralsnog wat minder winst genereren. "Rabiate nonsens," reageert Gert Meijer. "Als we in een product geloven, brengen we het op de markt. En als de productiekosten hoger zijn, berekenen we die gewoon door aan de consument. Nogmaals, de science is niet hard genoeg."
"De rol van linolzuur en alfa linoleenzuur bij het ontstaan danwel de preventie van hartinfarcten is momenteel een hot item in de wetenschap," erkent prof. dr. ir. Daan Kromhout, internationaal gerespecteerd epidemioloog en directeur van het RIVM. Kromhout droeg bij aan de bekende Zeven Landen Studie en verrichtte baanbrekend onderzoek naar het beschermende effect van met name visvetzuren. "Veel pleit voor een advies om de consumptie van omega-3 vetzuren te verhogen. Maar wie beweert dat de inname van linolzuur omlaag moet, begeeft zich op glad ijs. Daar bestaat geen consensus over." Dat valt te bezien. De Zweedse equivalenten van onze Hartstichting en ons Voedingscentrum waarschuwen duidelijk voor de gevaren van te veel linolzuur. Ze baseren zich op dezelfde, eenduidige literatuur.
Het verschil is dat ze volledig met belastinggeld worden betaald en geen banden onderhouden met "belanghebbende derden", zoals margarineproducenten. Japan moet in ogen van Kromhout helemáál vloeken tegen de gemaakte "afspraken". Vetzuurspecialist dr. Harumi Okuyama: "Wij adviseren onze bevolking nadrukkelijk om meer omega-3, maar vooral ook minder linolzuur te gebruiken. Terugkeer naar traditioneel Japanse eetgewoonten is absoluut noodzakelijk als wij typisch westerse aandoeningen als aderverkalking, allergieën en sommige kankers willen voorkomen. De grote studies suggereren dat hartinfarcten eerder worden veroorzaakt door te veel linolzuur dan door een verhoogd cholesterol."
Voor wie twijfelt en niet wil wachten tot internationaal aanvaarde onderzoeksgegevens resulteren in nieuwe Nederlandse adviezen, een proces dat kennelijk deels wordt aangestuurd vanaf Beursplein 5, heeft dr. Simopoulos enkele eenvoudige tips om een eventueel ongunstige vetzuursamenstelling van de voeding in evenwicht te brengen.Vermijd olieën en vetten met meer dan 30 procent linolzuur, zoals zonnebloemolie, maisolie en de meeste dieetmargarines. Gebruik olijfolie of koolzaadolie als keukenvet [in landen als Duitsland, Frankrijk, Zweden en Finland zijn nauwelijks nog linolzuurrijke margarines te koop] en wees niet al te bang voor echte boter. Eet geregeld groene bladgroenten. Vooral postelijn [een onkruid!] bevat relatief veel van het gewenste alfalinoleenzuur. Eet vaker vette vis, zoals haring of makreel. Visolie bevat de omega-3 vetzuren in de vorm waarin het lichaam ze wil hebben. Oudere mensen hebben meer moeite om het plantaardige alfa linoleenzuur om te zetten.
Bron: Melchior Meijer

Leuk dat jullie dit plaatsen! Dank. Enige achtergrond is hier op z'n plaats. Ik maakte dit artikel over de mogelijk averechtse gezondheidseffecten van ‘hartvriendelijke’ margarines met veel linolzuur in het voorjaar van 2004, in opdracht van een groot Nederlands tijdschrift. Zoals het hoort, stuurde ik de tekst naar mijn bronnen bij margarineproducent Unilever, om hen de mogelijkheid te geven citaten te corrigeren. Vervolgens werd het doodstil. In plaats daarvan werd de redactie van betreffend tijdschrift door Unilever en de Nederlandse Hartstichting benaderd met het ‘dringende advies’ het artikel niet te plaatsen. De redactie werd ook gebeld door Patricia Schutte van het Voedingscentrum. Ook zij drong er op aan ‘het artikel van Meijer’ niet te plaatsen, omdat de inhoud niet zou kloppen. Argumenten werden niet geleverd. Ik heb het Voedingscentrum tijdens de research nooit benaderd en de tekst ook nooit naar het Voedingscentrum gestuurd. Vertrouwelijk toegestuurde teksten van journalisten worden dus ongevraagd naar derden doorgespeeld.
Het artikel werd uiteindelijk niet gepubliceerd. Door mij benaderde Kamerleden luisterden wel, maar uit hun reacties bleek duidelijk dat de materie hen boven de pet gaat. Ze snappen het niet en halen hun schouders op.
Unilever is goed voor ongeveer 70 procent van alle voedingsreclame in de Nederlandse media.
Melchior Meijer.
Geplaatst door: Melchior Meijer | 2 juni 2006 om 17:28
Beste Melchior Meijer,
ALs voedsesocioloog vind ik het boeiend om te zien hoe dit soort "consensus" ontstaat. Ik denk dat niet alleen commerciele belangen een rol spelen, maar ook de emotionele drempel om eenmaal ingenomen standpunten te verlaten.
Als Slow Food aanhanger voel ik me gerustgesteld dat de redding niet hoeft te komen van functional foods.
Heb je hierover al eens een opiniestuk gestuurd aan Nederlandse kranten? Dat zou een mooie discussie op gang kunnen brengen. (Waarom noem je in je naschrift niet de naam van dat grote Nederlandse tijdschrift?)
Succes
Geplaatst door: hielke van der meulen | 3 juni 2006 om 9:59
Beste socioloog,
Dank voor de aardige woorden. Ik ben het volledig met je eens dat een combinatie van commerciële belangen en emotionele drempels de boel vertraagt.
Waarom noem ik de naam van dat grote tijdschrift niet? Ik heb zelf ook boter op mijn hoofd. Ik eet van die branche en het verklikken van collega's/broodheren voelt als verraad. Bovendien is betreffend blad niet noemenswaardig laffer of slechter dan andere media. Nadat de hoofdredactrice had besloten de publicatie te cancelen, herhaalde hetzelfde ritueel zich bij een ander groot blad, van een andere uitgever. De hoofdredacteur kocht het artikel enthousiast aan, de uitgever verhinderde op het laatste moment publicatie.
Ik heb het verhaal ook aangeboden aan 'serieuze' kranten en opiniebladen. Uit de afwijzende reacties blijkt steevast dat de betreffende wetenschapsredacteuren niet begrijpen waar het stuk over gaat. Hieronder ter illustratie een reactie van een wetenschapsredacteur.
Groet,
Melchior.
+++++++++++++++++
Dank voor toezending van je verhaal. Helaas kon het ons niet overtuigen. In
een discussie over allerlei details betreffende de gezondheidseffecten van
verschillende soorten vetten en zuren willen we niet verzeild raken. De kern
van de zaak is voor ons dat je de bewering dat Unilever en de Hartstichting
bepaalde resultaten verdoezelen niet voldoende hebt aangetoond. We vinden je
interpretatie van de reactie van de betrokken Groningse wetenschappers niet
erg dwingend. 'Een duidelijke bevestiging' van jouw zienswijze lezen wij er
niet in, en ook de stelling dat hier sprake is van 'geïntimideerde
wetenschappers' achten wij niet bewezen. We zien dus geen kans iets met je
stuk te doen.
Met vriendelijke groet,
Geplaatst door: Melchior Meijer | 6 juni 2006 om 11:45
Onlangs kocht ik een fles Okinawa Omega olie van Aman Prana (eur 33,50) waarvan ik eerder een gratis een introductieboekje over omega 3/6/9 in handen had gekregen (http://www.vegashopping.nl/winkel/product.php?p=NH54250136400) . Kort samengevat pleit de schrijver van het boekje voor inname van linolzuur en alfa linoleenzuur mits in goede verhouding en de afschaffing van visolie supplementen (DHA/EPA/GLA) omdat vis nou eenmaal vervuild is en de supplementen van afval vis gemaakt worden en bovendien zou visolie sterk geraffineerd zijn. Linolzuur en alfalinoleenzuur maken immers zelf de benodigde omega 3 vetzuren wel aan.
Omdat ik ergens eens iets had gelezen over linolzuur raadpleegde ik alsnog het internet en trof deze site en nu staat de fles nog ongeopend in de kast. Want ik ondervind duidelijke verbetering van mijn gezondheid door inname van visolie maar twijfel nu door hetgeen het boekje vermeld. Ik weet niet zeker of ik de omega olie kan innemen omdat ik geen idee heb hoeveel omega 6 ik al consumeer. Enig idee hieromtrent?
Dan vemeld uw artikel dat een inname van vet (roomboter, varkensvet etc) gezond is terwijl die toch juist veel omega6 en dus linolzuur bevatten? In varkensvet zit 10% omega6 en 1 procent omega3.
PS:
Wat vind u trouwens van de opmars van smeerbare roomboters uit een kuipje die tegenwoordig in elke super te koop zijn?
(indien het niet de bedoeling en ongepast is om hier nadere info te verkrijgen, kunt u mijn reactie verwijderen en vervangen door de woorden: graag gelezen ofzo)
Geplaatst door: Carla | 15 juli 2006 om 12:17
Nog een potentieel averechts effect van linolzuur:
In de Mediator special Voeding en Gezondheid van ZonMw lees ik het volgende:
"Bij de afdeling Toxicologie, Pathologie en Genetica van het RIVM in Bilthoven had moleculair bioloog Kris Siezen de relatie tussen visolie en dikkedarmkanker tot onderwerp. Ze onderzocht of een bepaalde genetische predispositie, de consumptie van vis en de aanwezigheid van omega-3 en omega-6 onverzadigde vetzuren in het bloedserum een verband hebben met het voorkómen van darmpoliepen, een voorloper van colonkanker. "Darmkanker wordt in verband gebracht met de vetzuurstofwisseling, met name die van arachidonzuur", zegt Siezen. Arachidonzuur wordt gemaakt uit omega-6 vetzuren, zoals linolzuur. ... Er zijn verschillende klassen prostaglandines, die soms 'goed' en soms 'slecht' zijn. ... Omega-6 vetzuren leveren vooral de 'slechte' prostaglandines. Siezen: "We weten er het fijne nog niet van, maar wel dat prostaglandines betrokken zijn bij het aan- en uitschakelen van genen, die op hun beurt weer betrokken zijn bij de vetzuurstofwisseling en inflammatie (=ontsteking). De inflammatie hangt weer samen met darmontstekingen als de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa die met darmkanker in verband worden gebracht." Siezen onderzocht of bepaalde genetische variaties tussen mensen in combinatie met visconsumptie en de gehaltes aan omega-3 en omega-6 vetzuren in het bloedserum het ontstaan van darmpoliepen beïnvloeden. Dat bleek zo te zijn. Ze vond een verband tussen het vóórkomen van darmpoliepen en het omega-6 vetzuur linolzuur. Hoge gehalten van linolzuur verhogen de kans op poliepen met ongeveer tweederde. Siezen: "Het is daarom gevaarlijk linolzuur zomaar overal in te stoppen." ...
Geplaatst door: Annette de Deugd | 20 oktober 2006 om 16:22
"Het is inmiddels boven iedere twijfel verheven dat zowel heiggebracht"
-wat had daar moeten staan?
Overigens interessant artikel: de zonnebloemolie gaat er hier uit en de echte boter mag terug. Vis én postelein aten we al..!
Geplaatst door: Theo | 19 december 2006 om 3:24
Boeiend artikel. En het zou ook best eens waar kunnen zijn wat er in dit artikel beschreven staat.
Het is misschien wel goed om ook iets te weten over de achtergronden en machten die op deze wereld een rol spelen. Verbindt er uw eigen conclusies maar aan.
In deze wereld zijn het niet de regeringen die aan de touwtjes trekken maar enkele zeer rijke en machtige families. Voor meer informatie moet je maar eens zoeken op google. Maar om een lang verhaal kort te maken, deze club die o.a. bestaat uit de Illuminatie en de Bilderbergers, die willen één wereldregering, waar zij, u raadt het al, het voor het zeggen hebben. Behalve diverse punten die ze nog meer voor staan, is een van de doelen het minimaliseren van de wereldbevolking, door oorlogen of ziekten en wat voor rotzooi ze verder nog zouden kunnen verzinnen. Het streven ligt om het aantal mensen op aarde terug te brengen naar ca. 500 miljoen. Dit is een aantal genoeg om het werk voor hen op te knappen, en het is onder controle te houden, denk aan alle moderne middelen, zoals de implanteerbare chip en satelliettracking systemen. De grote concerns staan onder controle van deze lieden. Als mensen wat eerder dood gaan als het kan vlak na hun werkzame leven, zou hun dat wel goed uitkomen, minder kosten en in hun ogen minder vervuiling van het milieu. Linolzuur zou zo'n middel kunnen zijn. Ook is belangrijk om te weten dat ook alle grote media, kranten, tijdschriften en tv ed., ook onder hun controle staan en dat is precies de reden dat uw artikel niet gauw geplaats zal worden. Andere argumenten zijn ook waar die genoemd worden als het extra geld zou kosten ed. Maar als ze het beste met ons voor zouden hebben, zouden ze gedegen onderzoek naar linolzuur en zo doen en als een ander produkt beter zou zijn, dan zou je de grote advertenties eens moeten zien, dat ze een verbetert produkt op de markt brengen, maar dat doen ze waarschijnlijk nooit.
Geplaatst door: Wolter | 9 januari 2007 om 12:21
Interessant stuk. Zal het doorsturen aan belanghebbenden.
(Je naam komt me overigens bekend voor. Ook schoolgegaan in Schagen?)
Geplaatst door: Ernst Keuken | 19 januari 2007 om 1:35
wat een lap tekst daar is wijnig aan degene die het heeft geschreven mag het best wat mooier brengen
Geplaatst door: R.. | 9 februari 2007 om 13:05
R, speciaal voor jou! Ik vond op de website van Panorama een gedebiliseerde versie van dezelfde auteur.
Hier komt 'ie:
Hoezo geen roomboter, rookworst & rollades!?
Eet u wel vet genoeg?
Vroeger waren we bang voor het communisme en de atoombom. Tegenwoordig zijn we bang voor vet. Volgens de verkondigers van het moderne light-evangelie helpen roomboter, rookworst en rollades ons linea recta het graf in. Maar dwarse wetenschappers hebben hun buik vol van die vet-hysterie: met vet meer mans!
Tekst Melchior Meijer
‘De vet-hysterie is de grootste zeepbel in de geschiedenis van de medische wetenschap’
Vet maakt dik. Vet verstopt de bloedvaten. Vet bezorgt ons hartaanvallen en beroertes. Dertig jaar lang hebben we deze boodschap tot vervelens toe moeten aanhoren. De vetvrees – ijverig aangewakkerd door fabrikanten van ‘nuttige’ light-producten en margarines met ‘gezonde’ plantaardige vetten - neemt soms hysterische proporties aan. “We doen het in het westen niet langer in onze broek voor God, maar voor dierlijk vet,” zei David Kritchevsky, de New Yorkse internist die in 1958 het eerste leerboek over cholesterol schreef, onlangs in The New York Times. Zelfs wij nuchtere Hollanders hebben ons gek laten maken. De consumptie van voortreffelijke polderwaren als volle melk en roomboter is sinds de jaren zestig meer dan gedecimeerd. En dat is wrang. Want het ziet er steeds meer naar uit dat de anti-vetboodschap is gebaseerd op een leugen. Of op z’n minst op een dwaling. In tegenstelling tot wat overheden en gezondheidsautoriteiten ons voorspiegelen, bestaat er onder deskundigen absoluut geen eenduidigheid over de invloed van verzadigd vet en cholesterol op het ontstaan van hart- en vaatziekten.
Prof. dr. George Mann, misschien wel ‘s werelds meest gerespecteerde vetexpert, drukte zich onlangs in het wetenschappelijke tijdschrift Science Magazine kras uit: “Het is merkwaardig dat een verklaring (verzadigd vet en cholesterol, red.) die zo overduidelijk onjuist is, zo hardnekkig wordt omarmd en uitgedragen door serieuze wetenschappers, artsen, levensmiddelenproducenten en overheden. De redenen? Trots, winstbejag en een volstrekt gebrek aan kritisch vermogen. Werkelijk interessante ontdekkingen worden stelselmatig genegeerd. Het publiek is de dupe. De vethysterie is de grootste zeepbel in de geschiedenis van de medische wetenschap.”
Studies laten zien dat overal waar de vetconsumptie daalt, de bevolking dikker en ongezonder wordt. Mann: “Ik vrees dat dat geen toeval is. Dit gigantische voedingsexperiment loopt volledig uit de klauwen.” Tijd derhalve om de ‘grote leugen’ in tien vragen aan het licht te brengen.
Wat denk je van een lekker kalfspasteitje als voorgerecht? Trouwens, wie bedacht eigenlijk dat hysterische gedoe rond vet?
Het begon allemaal met ene meneer Ancel Keys, een Amerikaanse voedingswetenschapper met een zwak voor Italië. Tijdens een vakantie begin jaren vijftig vroeg hij zich af waarom de spaghettivreters zo weinig hartinfarcten kregen. In het dorp waar hij verbleef aten ze toevallig weinig dierlijk vet en Keys riep: Eureka! Dat ze zich een dorp verderop ongans aten aan vette salami en mozzarella en toch nauwelijks hartproblemen kenden, zag hij gemakshalve over het hoofd. Om zijn idee te bewijzen, voerde Keys een grootscheeps onderzoek uit. In zeven landen zette hij de consumptie van verzadigd vet af tegen het percentage hartaanvallen. En jawel, zes landen lieten een zwak positief verband zien. Wat Keys verzweeg, was dat hij zijn materiaal zorgvuldig had uitgekozen. Toen Keys aan zijn studie begon, waren er namelijk al 22 landen op soortgelijke wijze onderzocht. En in maar liefst 16 van die 22 landen was er geen, of zelfs een opvallend omgekeerd verband. Zo werd in Zwitserland steeds meer dierlijk vet gegeten, terwijl het aantal hartaanvallen gestaag afnam. Keys zat met die resultaten in z’n maag, maar hij was de moeilijkste niet. Hij besloot de resultaten van zijn voorgangers domweg te negeren. Slechts een handjevol ‘lastige’ wetenschappers uitte na publicatie in het medische vakblad The Lancet kritiek. Tot op de dag van vandaag geldt zijn ‘Zeven Landen Studie’ als solide basis voor ‘magere’ dieet-adviezen.
Vet lekker, dat pasteitje… Maarre dat verhaal van die Keys, daar trapt toch niemand in?
Jawel, want Keys hing dit ‘schoonheidsfoutje’ natuurlijk niet aan de grote klok. Hij verzweeg ook dat hij in twee provincies in Finland, waar ze precies evenveel worst en vette kaas eten, enorme verschillen in het aantal hartproblemen waarnam. Keys was een trendsetter als het gaat om sjoemelen. Weleens gehoord van de Framingham Heart Study? Dat is een studie die al veertig jaar loopt onder duizenden inwoners van een voorstad van Boston. In de samenvatting van een deelonderzoek schreven de wetenschappers: “Ieder procent verhoging van het cholesterolgehalte vergroot het risico op een hartinfarct met twee procent.” De Hartstichting verspreidt die boodschap al jaren. Maar wat lezen we als we het héle onderzoeksrapport doorspitten? “Elke daling van het cholesterolgehalte met 1 milligram per deciliter ging gepaard met een 11 procent hoger risico op een dodelijk hartinfarct.” Precies het omgekeerde dus. Mysterieus foutje, niet? Het werd ook nooit rechtgezet.
Uffe Ravnskov, een Zweedse onderzoeker en auteur van het boek De Cholesterol Mythe heeft ook aangetoond dat de grote medische vakbladen vrijwel uitsluitend studies publiceren die de vet-is-gevaarlijk-gedachte ondersteunen. Er zijn net zo veel studies die de theorie onderuithalen, maar die blijven grotendeels onbekend.
Weet je wat ook gevaarlijk is? Droog staan! Schenk eens bij man. Trouwens, er is toch een duidelijk verband tussen de hoeveelheid cholesterol in het bloed en de mate van aderverkalking?
Ben je gek? Al sinds 1936 is bekend dat die relatie niet bestaat, behalve voor mensen die lijden aan erfelijke cholesterolverhoging, iets van 0,5 procent van de bevolking. De patholoog Kurt Landé en de biochemicus Warren Sperry van de Universiteit van New York haalden in 1936 een paar honderd lijken open en vergeleken het cholesterolgehalte in het bloed met de mate van aderverkalking. Hoe ze ook naar hun grafiek tuurden, ze konden geen patroon ontdekken. Mensen met hoge cholesterolspiegels hadden schone vaten, mensen met heel lage spiegels waren – letterlijk - hartstikke verstopt en alles daartussenin… geen enkel verband. Dergelijk onderzoek is vaak herhaald, telkens met hetzelfde resultaat. Cardiologen zien dat trouwens dagelijks in hun praktijk. Tachtig procent van de mensen die een hartaanval krijgt, heeft een normale cholesterolspiegel.
Wacht eens even, is het niet gewoon zo dat verzadigd vet, dat immers hard wordt bij kamertemperatuur, stolt in je bloedvaten?
Nee joh, dat is cafépraat. Heb je weleens een thermometer in je achterste gehad? Nou, wanneer wees die voor het laatst kamertemperatuur aan? Dat hele begrip ‘dichtslibben’ geeft een verkeerde indruk van wat er eigenlijk gebeurt. Het is niet zo dat het vet uit je kroket gewoon neerslaat tegen de bloedvatwanden. Zo’n plaque waar ze het vaak over hebben, dat is geen klont vet, die bestaat voor een flink deel uit weefsel. Ziek weefsel. Er lopen zelfs bloedvaatjes door om het te voeden. In dat zieke weefsel worden inderdaad stoffen uit het bloed ‘ingebouwd’. Ze hebben er een smakelijke term voor: atheroombrei. Wat daar in zit? Teiltje bij de hand? Bindweefsel, dooie bacteriën en virussen, nog dooiere afweercellen, schuimcellen genoemd, een beetje kalk… en vooral: geoxideerd vet van het meervoudig onverzadigde soort dat de margarinebranche ons onder het credo ‘Goed voor hart en bloedvaten’ probeert aan te smeren.
Ehhh… linolzuur?
Precies, linolzuur! Van dat spul worden in rap tempo allerlei minder voordelige eigenschappen bekend. Je hebt er dagelijks een beetje van nodig, maar uit studies van onder andere de Universiteit van Boston blijkt dat het in de hoeveelheden die een stevige margarine-eter binnenkrijgt averechts kan werken. Het draagt bij aan het ontstaan van bloedpropjes, veroorzaakt ontstekingen in de vaatwand, het laat het cholesterol oxideren en… Wat zie je ineens wit?
Ik moet geloof ik even naar het toilet…
Zo, dat lucht op. Hoe komt zo’n eh… atoombrei daar dan?
Atheroombrei. Goeie vraag. Dat weten ze niet precies, maar onderzoek duidt er al jarenlang op dat er heel andere factoren in het spel zijn dan verzadigd vet en cholesterol. (Zie ook kader.)
Toch gaat het er bij mij niet in dat een dagelijks ontbijt met eieren en spek ongevaarlijk voor je hart is. Oh, kijk eens wat een prachtige steak we hier geserveerd krijgen. Botermals, druipend van het vet. Ik voel me nu al schuldig.
Kerel toch, geen paniek, laat het je smaken. Wel eens gehoord van de Masaï? Dat is een nomadenvolk in donker Afrika dat uitsluitend leeft op ongepasteuriseerde volvette melk, boter en vlees. Groente beschouwen ze als veevoer. Die mensen hebben het laagste cholesterolgehalte ter wereld. Hartaanvallen krijgen ze volgens die beroemde vetdeskundige dr. Mann pas als ze in de stad gaan wonen en minder dierlijk vet gaan eten. Laten we deze mooie steak, steen des aanstoots voor de gezondheidsmaffia, nu eens nader onder de loep nemen. Zeker, hij is aardig vet. Ruim 50 procent van dat vet is enkelvoudig onverzadigd, net als olijfolie. Goed voor de bloedvaten, zeggen ook politiek correcte geleerden. Zo’n 45 procent van het vet is verzadigd. Nou niet meteen zo bedremmeld kijken. Dat verzadigde vet bestaat weer voor een groot deel uit stearinezuur, een vetzuur dat geen enkele invloed heeft op het cholesterolprofiel en dat mooi schone energie levert. Verder zit er nog wat palmitine- en laurinezuur in, vetsoorten die weliswaar het cholesterol een beetje kunnen verhogen, maar die ook hebben bewezen allerlei onvoordelige micro-organismen, zelfs het aidsvirus, onschadelijk te maken. De resterende 5 procent wordt geleverd door meervoudig onverzadigde vetzuren, je weet wel, het spul dat ze in die niet te verteren halvarines stoppen. Als je alles bij elkaar optelt, kun je niet anders dan vaststellen dat een steak hartstikke goed voor je rikketik is. Hij verhoogt het ‘gunstige’ HDL-cholesterol en verlaagt het ‘ongunstige’ LDL-cholesterol. En als hij van een koe komt die in de wei heeft mogen grazen, levert hij ook nog eens wat vet van het soort omega-3. De Nederlandse onderzoeker Daan Kromhout was een van de eersten die aantoonden dat dat een verdomd goeie motorolie is. Het houdt je hart in het juiste ritme en maakt dat je hersenen naar behoren functioneren.
Oké, stel dat je gelijk hebt, hoe verklaar je dan dat steeds meer mensen plotseling in de kracht van hun leven dood neervallen? Dat moet toch komen door al die karbonades en saucijzenbroodjes?
Wie zegt dat er steeds meer mensen dood neervallen? Dat ben je gaan geloven omdat de anti-vetlobby het onophoudelijk roept. Die overlaadt ons met indrukwekkende kreten als ‘elk kwartier krijgt een Nederlander een hartinfarct’ en ‘iedere twintig minuten sterft er iemand aan hart- en vaatziekten’. Die feiten kloppen, maar toch is het geoudehoer. Waarom? Omdat 90 procent van alle Nederlanders – jij waarschijnlijk ook – relatief probleemvrij een leeftijd van rond de tachtig haalt. Nooit in de geschiedenis werden we met z’n allen zo oud als nu, zegt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Mmmm, die kroketten van Kwekkeboom zijn trouwens ook prima te pruimen. Ober! Uiteindelijk moeten we natuurlijk dood. En dan overlijden we heel vaak ‘aan ons hart’, of we nou veel verzadigd vet hebben geconsumeerd of niet. De bloedvaten van heel oude mensen zijn nou eenmaal niet meer van elastiek. De alarmerende statistieken waarmee ze jou aan de Bécel en de sojaburgers proberen te krijgen, worden voornamelijk gevuld door hoogbejaarde knakkers die in hun volkstuin vredig de geest geven. Wist je trouwens dat oudere mensen langer op deze planeet blijven rondscharrelen naarmate hun cholesterolgehalte hoger is? Leidse onderzoekers toonden dat het eerst aan, later werd het over de hele wereld bevestigd. Veel deskundigen vinden het dan ook misdadig om opa z’n roomboter te ontzeggen en nog misdadiger om oma een dure cholesterolverlager te laten slikken. Jij nog een lik kruidenboter?
Nou, wacht nog even. Ik heb vaak gehoord van een studie waarbij Japanners, die van huis uit mager eten en veel minder hartproblemen hebben dan wij, ook ineens massaal hartverknetteringen krijgen wanneer ze naar Amerika verhuizen en aan de bacon en de hamburgers gaan. Is dat geen bewijs voor het gevaar van vet?
Nee. Je hebt het over The Japanese Migrant Study. Het zoveelste voorbeeld van een studie die verkeerd is geciteerd door de anti-vetlobby. Die onderzoekers protesteerden in alle toonaarden dat hun conclusie werd verkracht, maar ze werden genegeerd. Kijk, hier is een samenvatting van hun studie. “Opvallend was onze vondst dat emigranten die hun Japanse tradities behielden, maar Amerikaans gingen eten, een veel kleiner risico op hartziekten liepen dan emigranten die Amerikaanse tradities adopteerden maar Japans bleven eten.” Zie je het voor je? De ene Japanner zit in kimono en met een potje groene thee binnen handbereik een traditionele maaltijdceremonie af te draaien rond een druipend Happy Meal. Hij krijgt géén hartinfarct. Zijn zwager stresst zich van de beursvloer naar z’n advocaat en van z’n advocaat naar z’n nieuwe vriendin. ‘s Avonds rost hij voor de buis een lading rijst met tofu in z’n mik. Hij bezwijkt wel. Als deze studie al iets zegt, is het wel: ‘kalm aan, dan breekt het lijntje niet’.
Allemachtig. Maar eh… ga me nou niet vertellen dat je niet dik wordt van vet. Het zwembandje dat er maar niet af wil, heb ik toch echt te danken aan de onweerstaanbare roomboterjus van Joke, mijn vrouw.
Niet per se aan haar jus en ook niet aan haar gehaktballen, speklappen en boerenomeletten. Dik word je als je meer eet dan je verbruikt. Moet je eens kijken hoe snel jij je pens kwijt bent als je voortaan op de fiets naar de kroeg gaat. Maar dat is waarschijnlijk niet de hele waarheid. Uit statistieken blijkt dat mensen braaf hebben geluisterd naar de autoriteiten. Sinds 1960 is de vetconsumptie gestaag gedaald. Het totale aantal ingenomen calorieën bleef gelijk. Je zou dus verwachten dat we met z’n allen slanker en gezonder worden. Maar wat signaleert het CBS? Bijna 50 procent van de Nederlanders is te zwaar. Een zorgwekkend record. Het aantal dodelijke hartinfarcten daalt licht, maar dat komt doordat artsen steeds bedrevener worden in het opvangen van zo’n crisis. Het onderliggende probleem, ‘uitgewoonde’ bloedvaten, neemt nog altijd toe en lijkt zich bovendien op steeds jongere leeftijd te openbaren. Moddervette kids van vijftien jaar lopen al rond met hoge bloeddruk, een begin van ‘ouderdomssuiker’ en andere voorbodes van hartkwalen. Engelse en Zweedse artsen spraken onlangs over een medische tijdbom. Let op. Volgens een groeiende groep wetenschappers komt dat doordat we het officiële voedingsevangelie gehoorzamen en te weinig vet eten. Iemand die dat al zo’n 25 jaar roept, is de bekende Harvard-geleerde dr. Gerald Reaven. We eten te veel, maar we eten ook te weinig vet, zegt de man. Ervoor in de plaats bunkeren we koolhydraten. Suiker. En daar gaat het volgens hem fout. Veel mensen zouden gezonder worden en een normaal gewicht behouden op een dieet dat meer vet en minder koolhydraten bevat. Ongeveer zoals onze opa’s en oma’s aten, wat vaker zuurkool met spek en worst en op vrijdag vette vis.
Geplaatst door: Joop | 10 februari 2007 om 12:26
Hallo,
ik heb een leuke site in elkaar gezet over gezonde vetten.......
Kijk eens op www.omegavetzuren.startpagina.nl
Groeten Hans Planje
Geplaatst door: Hans Planje | 13 februari 2007 om 18:03
Mijn man werd ziek van de nieuwe becel voor hart en bloedvaten, wisten aanvankelijk niet waar hij zo beroerd van was. gestopt met becel, en ziedaar, hij knapte zienderogen op, we eten nu weer gewoon roomboter. (biologisch) heeeeerlijk!
Geplaatst door: emma van leeuwen | 14 februari 2007 om 17:58
Vanavond kijken naar Tros Radar! Over cholesterol en statines, met ondermeer Dr Uffe Ravnskov.
Geplaatst door: Joop | 5 maart 2007 om 17:53
Ik ben een Atkins-aanhanger, dat zegt wel genoeg.
Geplaatst door: Lina | 6 maart 2007 om 21:54
Vanavond "de Leugen regeert", met een reaktie van de patientenverenigingen en de industrie.
Geplaatst door: Siemon | 9 maart 2007 om 14:01
ben bijna dood geweest van statines.
nu 2,5 jaar eet ik mijn eigen dieet en wel:
géén transvetten, veel vis en lijnzaadolie (ipv margarine/boter) op brood.
heb 10 jaar géén eieren gegeten, nu wel weer.
heb nu sinds 2,5 jaar normale cholesterol- en normale LDL-waarden.
Melchior Meijer zet hem op en hou vol.
misschien is het ook zinnig om eens studies
(o.a. Finse) naar het effekt van plantensterolen te bestuderen.
Geplaatst door: henna | 10 maart 2007 om 0:32
Ik ben mij pas sinds een week of twee bewust van deze gehele discussie. Een jaar vijf geleden is bij mij toevallig vastgesteld dat mijn chlorestorol iets meer dan 1 punt te hoog lag. Mijn toenmalige huisarts heeft mij geadviseerd om Pro Activ te gaan gebruiken. Sindsdien ben ik een steeds enthousiaster gebruiker; eerst dagelijks boter, toen ook bijna dagelijks yoghurt en nu ook af en toe Pro Activ drink. Bekers vol met streepjescodes voor mijn ziektekostenverzekeraar.
Ik rook niet, drink met mate, beweeg en sport voldoende en eet zo gezond en afwisselend mogelijk. Ik ben 1.89 meter en zo'n 75 kilo.
Sinds een paar jaar heb ik in toenemende mate pijn in mijn benen (vooral bij rust). Het laatste half jaar kon ik soms niet liggen of slapen van de pijn (een soort pijn die je als kind hebt wanneer je botten groeien maar dan meer in de spieren en zenuwen (zuur;brandend)).
Het is geen moment bij mij opgekomen dat er een verband zou kunnen bestaan met mijn Pro Activ gebruik. Vanaf het moment dat ik met Pro Activ ben gestopt (nu een paar weken), gaat het opvallend beter. Misschien had ik een paar weken moeten wachten met deze reactie om te kunnen melden dat de pijn geheel weg is. Anderzijds zijn er misschien meer oorzaken. Ik heb geen idee. Het verband tot nu toe is in ieder geval treffend.
Geplaatst door: Robin Steensma | 20 maart 2007 om 14:48
Melchior,
Twee opmerkingen:
1.
Erg interessant stuk. De conclusie die ik eruit trek: het gaat bij voeding meestal om het vinden van de juiste balans. En die is waarschijnlijk ook nog persoonsgebonden. Of gebonden aan de voeding waarmee je bent opgegroeid (dus waar je lichaam zich op heeft ingesteld).
Het fenomeen dat volgens mij is opgetreden is tunnelvisie en oversimplificatie. Zowel wat betreft cholesterol als verzadigd vet.
Een advies zoals het voedingscentrum geeft: "kies voor producten met zo min mogelijk verzadigd vet" getuigt van de overgesimplificeerde tunnelvisie: verzadigd vet is slecht.
Volgens mij is vet eten helemaal niet zo gevaarlijk als je dat vet maar verbrandt. Iemand die buiten in de bouw werkt, zal volgens mij hele gezonde aderen kunnen hebben, ondanks een vet dieet. Terwijl een kantoorklerk al dichtslibt van een paar koekjes bij de koffie.
Zelf probeer ik bij elke maaltijd een beetje verzadigd vet te eten. Daar voel ik me erg gezond bij! Als ik het helemaal niet eet, ga ik hunkeren naar chocola of koekjes, en als ik het teveel eet, voel ik me vaak heel opgeblazen. Zoeken naar de balans dus. En goed luisteren naar je lichaam.
2.
De reactie van de wetenschapsredactie op je ingezonden stuk vind ik niet getuigen van "dat de betreffende wetenschapsredacteuren niet begrijpen waar het stuk over gaat". Ze vinden alleen je onderbouwing m.b.t. het onderzoek in Groningen en de aantijgingen jegens Unilever te zwak. Daarin geef ik ze wel gelijk.
Groetjes Sarah
Geplaatst door: Sarah Biddle | 1 april 2007 om 22:57
Beste redactie,
het is een zeer goed artikel en zou willen vragen dit verder te mogen verspreiden via ons tijdschrift voor therapeuten en artsen. De duidelijk van het artikel moet uiteindelijk toch de nodige mensen wakker maken. Als het kan draag ik daar mijn steentje mee bij.
Succes Ed
Geplaatst door: Ed van der Post | 27 april 2007 om 19:57
Allemaal buitengewoon interessante commentaren maar wat doet een mens er mee.
Geleerden die elkaar tegenspreken, oude, wellicht achterhaalde informatie, veel meningen, weinig feiten.
Zou het niet mogelijk zijn dat er een paar concrete zaken op een rij worden gezet met zaken die begrijpelijk en toepasbaar zijn voor welke leeftijdsgroep.
"Roken is schadelijk" is b.v. een duidelijke kreet maar "linolzuur verlaagt uw cholestorol" niet.
"Eet veel vette vis "(wanneer je oud bent)" is net zo'n nuttige kreet als "je tanden poetsen" wanneer je nog geen gebit hebt.
Mijn commentaar is oprecht gemeend. Er worden tè veel woorden gebruikt om iets te bewijzen en daarin zit 'm de kneep.
Geplaatst door: Hans Moerenhout | 14 mei 2007 om 17:24
ik las in het blad life extension uit de u.s.a het volgende :
scientists have identified at least 13 different factors that all conspire to
destroy our aging ateries;
elevated c-reactive protein'
excess ldl
excess insulin
low hdl
high glucose
nitric oxide deficit
excess triglycirides
low free testosterone
excess fibronogen
excess homocysteine
hypertension
low vitamin k
excess choresterol
Any one of these daggers can trigger a
cardiovascular event, yet conventional
medicine pretends that guarding against only a few of these proven adequately prevents vascular disease.
Geplaatst door: a.v. dommelen | 8 juli 2007 om 14:54
Ook ik ben atkinsfan,sedert 5 maart begonnen en 10kg afgevallen.Nooit eerder heb ik mij zo kiplekker gevoeld en wil niet meer terug naar een koolhydraatrijke voeding.Ook gestopt met de statines die ik drie jaar nam,en na een jaar was ik vrij van spierpijn klachten,zalig !!!!!
!
Geplaatst door: Linda | 22 juli 2007 om 17:30
klasse dat jullie dit zo durven benoemen
zie ook eens de side van; dr Lam .antiverouderingstrategieen.
Geplaatst door: HvanDongen | 11 januari 2008 om 20:37
Natuurlijk zijn vetten niet ongezond. Sterker nog,zonder voldoende (goede)vetten gaat uw gezondheid zeer snel achteruit.
Bovendien maken vetten niet dik, suiker is de grote dikmaker.
Die Becel-troep kunt u beter direct de deur uitdoen. De westerse consument krijgt veel te veel linolzuur via zijn voeding binnen. Deze overinname veroorzaakt ontstekingsreacties, hart- en vaatziekten en kanker.
Ook de gedemoniseerde verzadigde vetten zijn gewoon gezond. Uw lichaam maakt niet voor niets verzadigde vetten aan.
Allemaal verzinsels van de margarine industrie. Hun 'gouden'handel (ten koste van de gezondheid van mensen)is met veel leugens en vervalste onderzoeken aan de consument gesleten.
De explosief stijgende cijfers van hart- en vaatziekten sinds de 50'er jaren lopen keurig parallel met de explosief gestegen consumptie van de chemische margarine-troep.
groet'n uut Drenthe
Geplaatst door: Cees van Ringelenstein | 12 april 2008 om 13:28
Veel goede dingen gelezen, waar ik mijn eetpatroon goed mee kan veranderen.
Ik was ook een becel eter maar nu niet meer.
Ik heb al jaren een verhoogd cholesterol,
waar ik ondanks gezond eten maar niet vanaf kom.
Ik hoop dat het nu beter gaat, want ik heb wel een lichte vernouwing in een bloedvat.
Met vriendelijke groeten
Joni
Geplaatst door: JC.Siemons-Bohne | 23 november 2009 om 12:48